Geschiedenis

De tramsite van Schepdaal ligt een beetje verscholen aan de Ninoofsesteenweg, een drukke verkeersader aan de rand van de hoofdstad.  Deze unieke ‘buurtspoorwegstelplaats’ is als enige in België volledig bewaard, met een stationsgebouw, een watertoren, een hout- en zandmagazijn, een lampenmagazijn, een goederenmagazijn, een smidse en drie loodsen. In die loodsen staat een prachtige collectie tramstellen en locomotieven, met als pronkstuk het koninklijk rijtuig van Leopold II.
 
De eerste gebouwen in Schepdaal dateren van 1888, ten tijde van koning Leopold II. De stelplaats paste volledig in de strategie van Belgische Buurtspoorwegen (NMVB) om de regio’s die door de treinen niet werden bereikt, bereikbaar te maken. Schepdaal lag op de 23 kilometer lange tramlijn die Brussel met Ninove verbond.
 
Via de tramlijn konden zowel personen als goederen vervoerd worden en dat was een groot succes. Van 1910 tot 1929 werd de lijn beetje bij beetje geëlektrificeerd. De concurrentie met het autoverkeer groeide en de trams werden vervangen door bussen. De stelplaats raakte in onbruik en werd in 1962 ingericht als trammuseum.
 
In 1993 werd de tramsite van Schepdaal officieel beschermd, samen met haar unieke collectie tramrijtuigen. Schepdaal kan trots zijn op haar collectie: uit elke belangrijke periode van de geschiedenis van de buurtspoorwegen zijn een aantal rijtuigen bewaard. De collectie omvat een  platte goederenwagon uit  1886, een stoomlocomotief uit 1906 en een open zomerrijtuig uit 1912... Het unieke koninklijke tramrijtuig van Leopold II dateert uit 1896. Eind jaren negentig ging het museum dicht en begonnen de restauratiewerken. Vandaag kan je de opgeknapte tramsite opnieuw bezoeken op aanvraag en op Open Monumentendag.