Alfabet van de erfgoedsector: Onroerenderfgoeddepot

Het was een groot probleem in de Vlaamse erfgoedsector, onroerend en roerend: kwaliteitsvolle depots. Daar is de jongste tijd veel verandering in gekomen. Een recent voorbeeld zijn de erkende onroerenderfgoeddepots. Daar zijn er in vier provincies momenteel twaalf van, naast het depot van het Agentschap zelf. 


Onroerenderfgoeddepots, dat zijn depots die beantwoorden aan een aantal criteria. Voor hun werking krijgen ze een jaarlijkse subsidie van de Vlaamse overheid en om de drie jaar worden ze geëvalueerd. Het bedrag van de subsidie hangt af van de schaalgrootte en de werklast.


Voor wie deze depots meteen in verband brengt met archeologie: dat is juist en niet juist. Het klopt dat er in dergelijke depots veel archeologische artefacten en ook ensembles beheerd worden. Maar ook wie een monument aan het restaureren is, kan met onderdelen daarvan in enkele onroerenderfgoeddepots terecht. De depots die naast archeologische artefacten en ensembles ook andere soorten/types onroerend erfgoed beslaan, zijn: het onroerend erfgoeddepot Waasland (Erfpunt Sint-Niklaas), het Provinciaal Erfgoedcentrum (PEC) Ename, het Erfgoeddepot Noorderkempen (Tram 41 Turnhout) en het Onroerenderfgoeddepot Vlaams Brabant (Asse). 


Je bent er zeker dat het erfgoed in goede handen is, want de werking van zo’n depot moet kwaliteitsvol zijn. Dat moet de beheerder aantonen voor de Vlaamse overheid. Maatregelen voor actieve en passieve conservatie, een digitaal informatiesysteem, een kwaliteitshandboek, een calamiteitennetwerk…: het behoort allemaal tot de voorwaarden voor erkenning.


De erkende depots hebben zich ook verenigd in een Vlaamse depotnetwerk. Dat deden ze om hun werking op elkaar af te stemmen en het hele proces van deponering te stroomlijnen. Vlaanderen Erfgoedland is dus weer een belangrijke speler rijker.
 

De erkende onroerenderfgoeddepots per provincie vind je hier


Ook in de reeks 'alfabet van de erfgoedsector': 
Open Erfgoed
Zen-Monument
Onroerenderfgoedgemeente