Wijziging van de onroerenderfgoedregelgeving: achtergrond en duiding

Kort samengevat

De Vlaamse Regering heeft op 24 november 2017 aangekondigd welke wijzigingen zij wil aanbrengen aan het Onroerenderfgoeddecreet. De voorgestelde wijzigingen werden opgemaakt door minister-president Geert Bourgeois, bevoegd voor onroerend erfgoed, op basis van de evaluatie van het agentschap Onroerend Erfgoed. De voorgestelde wijzigingen moeten echter nog worden goedgekeurd door het Vlaams Parlement.


Even belangrijk is de conceptnota die de minister bij dit voorstel tot decreetswijziging voegde. In die conceptnota geeft de minister aan op welke manier hij deze wijzigingen in de praktijk wil uitvoeren. De conceptnota bevat verdere verfijningen, aanvullende bepalingen, precieze voorwaarden en criteria, procedures, cijfers en percentages en evaluatiesystemen.


Op dit moment wint de regering adviezen in over het voorontwerp bij o.m. de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening, waar ook Herita aan participeert. Op basis van die adviezen kiest de minister om het voorontwerp al dan niet bij te sturen en als een ontwerp van decreet in te dienen bij het parlement. Dit is dus een goed moment om vanuit de sector over dit voorontwerp terug te koppelen. Ook de volksvertegenwoordigers die in de commissie Onroerend Erfgoed zetelen kunnen om verdere aanpassingen vragen. Na een stemming in de commissie wordt de tekst nog een laatste keer behandeld in het voltallige parlement, dat dan definitief beslist.  

Inhoud

  1. Inhoud conceptnota

  2. Inhoud voorontwerp van decreet

  3. Achtergrond en historiek


1. Inhoud conceptnota 

De conceptnota is belangrijk om te weten welke richting de wijzigingen zullen uitgaan. Diverse voorstellen zijn eerder technisch of operationeel van aard en sleutelen aan (technische) tekortkomingen van het bestaande decreet. Anderen hebben meer impact. Hieronder een oplijsting. 

  • De beveiligde zending (aangetekend schrijven) wordt in veel gevallen vervangen door communicatie via een nieuw digitaal platform van het agentschap Onroerend Erfgoed.
  • Termijnen worden uniform geformuleerd in kalenderdagen. 
  • Het erkenningssysteem voor intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s) wordt flexibeler om in geval van fusie of terugtrekking van een gemeente het in- en uitstappen van deelnemende gemeenten te vergemakkelijken. 
  • Het erkenningssysteem voor archeologen wordt vervangen door twee types: type 1 moet een diploma en opgravingservaring hebben en mag alle vormen van archeologie uitvoeren, type 2 mag enkel beperkt onderzoek doen zonder effectieve opgraving. 
  • Archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem mag direct uitgevoerd worden na het verkrijgen van de toelating, in plaats van nog 15 dagen te wachten.
  • De formele bekrachtiging van archeologienota’s door het agentschap of een erkende onroerenderfgoedgemeente wordt vervangen door een meldingsplicht zoals bij stedenbouwkundige vergunningen. Het agentschap zal meer focussen op begeleiding, controle en toezicht op het terrein, opvolging van de erkende archeologen, toepassing van deontologie en op kenniswinst. De volle verantwoordelijkheid komt bij de archeoloog te liggen.
  • Aan de meldingsplicht wordt een nieuwe procedure met ‘akte van melding’ gekoppeld.
  • Bij verkavelings- of stedenbouwkundige vergunning worden de oppervlaktecriteria voor opgravingen buiten de vastgestelde archeologische zones verhoogd van 3000 m² naar 5000 m². Daarnaast zal het decreet allerlei bestaande vrijstellingen voor archeologisch onderzoek herbevestigen (werken aan lijninfrastructuur zoals auto- en waterwegen, werken zonder ingrepen in de bodem, reliëfwijzigingen van maximum 40 cm. diep in agrarisch gebied…). 
  • De oppervlaktecriteria voor de berekening of er al dan niet archeologisch vooronderzoek nodig is, worden duidelijker gesteld zodat er geen interpretatiediscussies meer zijn. 
  • Het gemeentebestuur van een erkende onroerenderfgoedgemeente kan mits voorwaarden een gemotiveerde vrijstelling geven voor archeologisch vooronderzoek. 
  • Het onderscheid tussen privé en openbaar voor het bepalen van al dan niet uit te voeren archeologisch vooronderzoek wordt opgegeven. 
  • Er wordt een nieuwe premie in het leven geroepen voor verplicht archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem.   
  • De premie voor buitensporige opgravingskosten wordt verhoogd tot 80%. 
  • Bij de voorlopige bescherming van erfgoed wordt de zakelijkrechthouder bij het begin van de procedure nu actief betrokken en om advies gevraagd. Op verzoek kan hij ook gehoord worden door het agentschap. 
  • De verplaatsing van beschermd erfgoed zal vlotter verlopen via een nieuwe procedure.
  • Bij toelating voor werken aan beschermd erfgoed dat over verschillende erkende onroerenderfgoedgemeenten verspreid ligt, beslist het agentschap. 
  • Het aantal mensen dat een beroep kan indienen tegen een weigering of toelating van toelatingsplichtige handelingen aan beschermd erfgoed wordt beperkt tot de aanvrager, de zakelijkrechthouder en de gebruiker. 
  • Het exclusieve karakter van open erfgoed moet doorbroken worden door de erkenningsvoorwaarden bij te sturen en de directe koppeling met de dubbele premie te herbekijken.
  • De verplichting van een goedgekeurd beheersplan om een erfgoedpremie te bekomen wordt gekoppeld aan werelderfgoed, stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorische landschappen,  archeologische sites en meerjarenpremieovereenkomsten. Dus niet (meer) voor monumenten of monumenten in een groter beschermd geheel zoals een landschap. 
  • De termijn van een beheersplan wordt opgetrokken van 20 naar 24 jaar, naar analogie met Europese regelgeving en natuurbeheersplannen.  
  • De (onderzoeks)premie voor de opmaak van een beheersplan wordt geschrapt.
  • De premiepercentages worden herzien. Het basispremieprecentage voor beschermd erfgoed zal voor iedereen 40% bedragen. Een verhoogd percentage van 60% wordt toegekend voor: 
    • open erfgoed 
    • religieuze gebouwen in gebruik voor een erkende eredienst, mits een goedgekeurd 
    • kerkenbeleidsplan
    • maalvaardige molens
    • ZEN-erfgoed (zonder economisch nut)
    • onderwijsgebouwen
    • eigendommen van lokale besturen die een publieksfunctie hebben
  • Aanvullend wordt het premiepercentage opgetrokken met 10% extra als je regelmatig onderhoud en dagelijks beheer kan bewijzen aan de hand van een goedgekeurd onderhouds- of beheersplan en bewijsstukken van uitvoering in de voorbije 5 jaar (vb. facturen).  
  • Het premiepercentage van 80% wordt definitief en voor iedereen geschrapt. De verhoogde premiepercentages komen in het besluit te staan, waardoor de regering ze soepeler kan aanpassen. 
  • Bij voorafnames van premies omwille van hoogdringendheid moeten de werken binnen het jaar starten, anders kom je terug op de wachtlijst te staan.
  • De richtlijn van 10 maart 2017 over betoelaagbaarheid van werken wordt geïntegreerd in het Onroerenderfgoedbesluit

Sommige voorstellen zijn in detail uitgewerkt, terwijl andere heel vaag blijven of zelfs nog verder onderzoek vergen. 


2. Inhoud voorontwerp van decreet  

Een aantal voorstellen uit de conceptnota zijn nu definitief vertaald in het voorontwerp van decreet. De opgenomen wijzigingen zijn eerder beperkt. Hieronder een overzicht. 

  • De definities van ‘cultuurgoederen’, ‘datum van kennisgeving’ en ‘ingreep in de bodem’ verhuizen van het besluit naar het decreet. Laatstgenoemde definitie wordt verder gepreciseerd en uitgebreid.
  • Het nieuwe concept ‘erkenningstypes’ voor archeologen wordt als principe opgenomen in het decreet maar de concrete invulling met types 1 en 2 is voor het besluit, net als het erkenningstype voor het agentschap Onroerend Erfgoed zelf.   
  • Erfgoeditems uit een vastgestelde inventaris die volledig gesloopt of verdwenen zijn, worden zonder openbaar onderzoek geschrapt van de inventaris. 
  • De notaris moet niet alleen bij overdracht van opstal- of erfpachtrecht informeren over het inventarisstatuut van erfgoed maar ook bij het vestigen van dat recht (informatieplicht). 
  • Het oppervlaktecriterium voor de verplichte opmaak van een archeologienota in functie van een omgevingsvergunning (stedenbouwkundig of verkaveling) buiten de vastgestelde archeologische zones wordt opgetrokken van 3000 naar 5000 m². Het aantal archeologienota’s zal dus verminderen. 
  • Onder bepaalde voorwaarden (o.m. archeoloog in dienst, duidelijke motivatie, gespecialiseerde kennis van de archeologie in de betrokken gemeenten, geen meerwaarde van de beoogde archeologienota, geen beschermd erfgoed, buiten een vastgestelde archeologische zone) kan een gemeentebestuur van een erkende onroerenderfgoedgemeente een vrijstelling verlenen voor het verplicht toevoegen van een bekrachtigde archeologienota bij de vergunningsaanvraag. 
  • De meldingsplicht voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem wordt vervangen door een toelatingsplicht, wat een zekere tijdswinst moet opleveren. 
  • De bekrachtiging van archeologienota’s wordt vervangen door een meldingsplicht en het gebruik van een digitaal platform voor archeologie dat het agentschap daarvoor beschikbaar zal stellen. Het agentschap moet vervolgens akte nemen van de melding maar kan ook stilzwijgend akte nemen. 
  • De zakelijkrechthouder van een onroerend goed wordt om advies gevraagd en betrokken in het begin van een beschermingsprocedure voor monumenten, archeologische sites of stads- en dorpsgezichten. Dat geldt niet voor cultuurhistorische landschappen. 
  • Die zakelijkrechthouder moet binnen een termijn van dertig dagen na kennisgeving van de voorlopige bescherming aan het agentschap schriftelijk laten weten of hij gehoord wenst te worden. Nadien kan niet meer. 
  • Er wordt een snelle procedure voor het verplaatsen van beschermd erfgoed gecreëerd. 
  • Er wordt een premie ingevoerd voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem. 
  • Een verhoogde premie voor buitensporige opgravingskosten wordt mogelijk gemaakt. Het beoogde premiepercentage (80%) wordt pas in het besluit vastgelegd. 
  • De premie voor de opmaak van een beheersplan wordt geschrapt. 
  • De decretaal vastgelegde minimumpremiepercentages van 32,5% voor natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen en van 80% voor lokale besturen en eredienstgebouwen worden vervangen door een uniforme basispremie van 40% voor beheersmaatregelen, werken en diensten aan beschermd erfgoed en erfgoedlandschappen. Hogere percentages worden pas in het besluit vastgelegd. 
  • Een aanvrager maakt geen aanspraak meer op een premie in geval van misdrijf of inbreuk. 

Alle overige bepalingen en details, zoals vooropgesteld in de conceptnota, zullen pas in het wijzigingsbesluit duidelijk worden.  


3. Achtergrond en historiek

Decreet en besluit 

Sinds 1 januari 2015 zijn het Onroerenderfgoeddecreet met bijhorend uitvoeringsbesluit van kracht. Beide teksten regelen de juridische omgang met beschermde monumenten, archeologisch erfgoed, cultuurhistorische landschappen of stads- en dorpsgezichten. Het archeologisch luik trad nadien gefaseerd in werking vanaf 1 januari 2016. Erkenning van archeologen, inventarisatie van het bouwkundig erfgoed, nieuwe beschermingen, de regeling van het archeologisch traject, de opmaak van een beheersplan, vergunning van en premies voor werken aan uw monument, uitreiking van de Vlaamse Onroerenderfgoedprijs of boetes voor verwaarlozing: u vindt het er allemaal in terug. 


Een decreet bevat alle basisprincipes van de betrokken regelgeving en wordt steeds goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Het bijhorend uitvoeringsbesluit is dan weer een beslissing van de Vlaamse Regering op voorstel van de bevoegde minister. Het bevat verdere verfijningen, aanvullende bepalingen, precieze voorwaarden en criteria, procedures, cijfers en percentages, evaluatiesystemen enzovoort. 


Reeds gewijzigd 

De voorbije drie jaar werden al diverse wijzigingen aan het jonge Onroerenderfgoeddecreet en -besluit doorgevoerd. Zo geeft het agentschap Onroerend Erfgoed geen adviezen meer over erfgoed op de inventaris van bouwkundig erfgoed, noch over werken op percelen die grenzen aan beschermde monumenten. Voor een stuk kadert dat in het zogenaamde kerntakenplan, waarbij Vlaanderen meer bevoegdheden wil toekennen aan lokale actoren zoals een erkende onroerenderfgoedgemeente. Daarnaast wordt sinds dit jaar de btw met terugwerkende kracht niet meer meegenomen voor de berekening van premies, ook al staat uw dossier al enige tijd officieel op de premiewachtlijst. 


Evaluatie in 2017

Van bij aanvang was voorzien om in 2017 een grondige evaluatie te maken van het decreet. Het agentschap Onroerend Erfgoed voerde zelf een evaluatie uit van de resultaten en de effecten op het terrein, met een focus op het jonge archeologieluik. De betrokken erfgoedsector werd niet bevraagd. Wel werd rekening gehouden met de insteek van een aantal belangenbehartigers met grotendeels economische (landbouwers, baksteenproducenten, bodemontginners, ondernemingen, bouw, archeologiebedrijven) en bestuursachtergrond (provincies, gemeenten, natuur en bos, mobiliteit en openbare werken). Het evaluatierapport gaat grondig in op diverse onderdelen van het decreet, maakt kritische analyses, legt de vinger vaak op de wonde en doet waardevolle voorstellen voor aanpassingen. Het evaluatierapport van 12 mei 2017 met diverse bijlagen vindt u terug op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.   


Conceptnota met nieuwe voorstellen

Minister-president Geert Bourgeois, bevoegd voor onroerend erfgoed, maakte vervolgens een conceptnota op. De conceptnota vertolkt de aanpassingen die hij beoogt, deels gebaseerd op de evaluatie. De Vlaamse Regering keurde de krachtlijnen van de conceptnota goed op 14 juli 2017. Het betrof nog steeds voorstellen, geen definitieve beslissingen. Daarop startte de officiële procedure voor de aanpassing van het bestaande decreet en besluit. 


Wijzigingsdecreet

Wat vroeger dan verwacht legde de minister een voorontwerp van decreet voor. Op 24 november 2017 keurde de Vlaamse Regering het voorstel van wijzigingsdecreet goed, officieel het ‘Voorontwerp van decreet houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie’. Bij het eigenlijke voorontwerp hoort ook een begeleidende nota aan de andere regeringsleden en een memorie van toelichting met uitleg bij elk artikel. Daarnaast verwijst de regering naar het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) over de conceptnota. De SARO, waar Herita aan participeert, formuleerde de voorbije jaren diverse adviezen m.b.t. het onroerenderfgoedbeleid en de betrokken regelgeving.


Volgende stappen

Op dit moment wint de regering adviezen in over het voorontwerp bij o.m. de SARO en de Raad van State. Op basis van die adviezen kiest de minister om het voorontwerp al dan niet bij te sturen en na definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering als een ontwerp van decreet in te dienen bij het parlement. 


Binnen het Vlaams Parlement behandelt de commissie bevoegd voor onroerend erfgoed het ontwerp van decreet. De volksvertegenwoordigers kunnen amendementen indienen om de voorgelegde tekst aan te passen. Na een stemming in de commissie wordt de tekst nog een laatste keer behandeld in het voltallige parlement, dat definitief beslist.  


Vervolgens stuurt het parlement het decreet terug naar de regering met de vraag om het uit te voeren. Pas daarna legt de minister aan de regering een wijzigingsbesluit voor ter goedkeuring, om ook het bestaande Onroerenderfgoedbesluit te wijzigen. Dat wijzigingsbesluit zal minstens even belangrijk zijn als de decreetswijziging, aangezien daarin de meeste concrete bepalingen zullen staan (wie heeft recht op welk premiepercentage, welke zijn de hernieuwde criteria voor open erfgoed enz.). Hoewel dat voor de erfgoedsector cruciaal is, verloopt het proces richting aangepast besluit net minder transparant. 


Traject afgerond

Naar verwachting zal het volledige traject voor het zomerreces in juli 2018 afgerond zijn en treedt de nieuwe regelgeving meteen in werking. Tot zo lang blijft de huidige regelgeving gelden, maar sommige zaken kunnen met terugwerkende kracht veranderen, net als bij de aanpassing van de btw-regeling.